DagBoek van een Single Mom deel 4: At the hospital! 4.5 Over thuiskomst en herstel…


Ik opteer om zo snel mogelijk huiswaarts te keren. De aankomst van Zoonlief zorgt er al meteen voor dat ik me veel beter voel. Onze connectie verlicht de druk in mijn hoofd. Ik verlaat het ziekenhuis zonder baarmoeder, met wat me nog rest aan zelfbeeld en een gloednieuw buideltje aan mijn lijf. Zoonlief spotte bij zijn aankomst onmiddellijk dat ik voortgedreven word door een stevige ‘emotrip’, hem niet onbekend. We lachen dan gewoonlijk wel wat af samen en dat is ook nu het geval. Beetje pijnlijk, zo’n dag of vijf na een operatieve ingreep, maar buikpijn van het lachen is soms net wat ik nodig heb. De verwelkoming van mijn katjes kan niet mooier zijn. Vooral kleine Alex blijft maar van die schattige kopstootjes uitdelen. Lily is ook superenthousiast, maar maakt er een sport van dit niet te laten merken, zoals het een goede diva betaamt. De rest van de middag liggen ze beiden, heel erg op hun gemak, heel dicht bij mij. Dit gevoel heb ik gemist, het gevoel van thuis te zijn. Mijn herstel kan beginnen, maar die verdovende middelen zijn nog niet uit mijn systeem. Ik geraak niet altijd goed uit mijn woorden en kan vaak het juiste woord niet vinden. Voor wie mij een beetje kent: mijn reinste nachtmerrie!

En dan die dromen! Dat wordt nergens vermeld, dat de drugs je mogelijk trakteren op heel chaotische, soms psychedelische dromen. Je krijgt zo’n blad mee van het ziekenhuis waarop een aantal richtlijnen zijn opgesomd. Je kan misselijkheid ondervinden, je mag jezelf niet te veel vermoeien, heffen en tillen zijn uit den boze en er wordt benadrukt dat je zes weken geen ‘gemeenschap’ mag hebben. Laat ik die laatste regel nu eens elke nacht aan mijn laars lappen, in mijn dromen weliswaar. Typisch menselijk zeker? Als iets niet mag, wordt het des te verleidelijker. Overdag herinneren de talloze ongemakken mij aan de ingreep en houd ik de instructies automatisch indachtig, ’s nachts geniet ik blijkbaar de ultieme vrijheid. En met wie dan allemaal? Dat is niet voor publicatie… Daarnaast is er nog de resem aan niet-seksueel getinte dromen, maar die zijn dan meestal gruwelijk.

Het is tijdens die korte uitjes dat ik vrouwen tegenkom die dezelfde ingreep ondergingen en het is in de verhalen van die dames dat ik herkenbaarheid vind.

De eerste controle vindt plaats 10 dagen na de ingreep, in de praktijk van mijn gynaecoloog.
‘De pijn is ondertussen gepasseerd?’
Dat is één van zijn eerste vragen. Wat bedoelt hij daar mee? Zijn er echt vrouwen die, 10 dagen nadat ze werden opengereten, al pijnloos door het leven huppelen? Hij zadelt mij op met het gevoel dat ik een aansteller ben, maar ik durf mijn pijn toch te benoemen. Krijg hierop weinig respons. Hij verlost me van de draadjes. Bij verder nazicht blijkt er vocht achter de wonde te zitten, wat extra druk veroorzaakt. De man reageert verrast, maar heeft meteen een dikke naald vast en begeeft zich meteen in de richting van de wonde. Ik laat dit niet zomaar toe en vraag hem wat de bedoeling is. Ben totaal niet bang van naalden, maar ik weet wel graag wat de plannen zijn. Dat is toch basiscommunicatie? Wat als ik wel als de dood ben voor naalden en meneer komt daar in één vlotte beweging, zonder voorafgaande waarschuwing, af met zo’n dikke naald en maakt aanstalten om die meteen in je lijf te planten? Volgens hem voel je daar niks van. Dat is goed nieuws, maar daar gaat het me niet eens om. Nu, eens het vocht verdwenen, voel ik de druk afnemen. Daar zal ik dan vandaag maar op teren, want hoe moeizaam mijn herstel werkelijk verloopt, besluit ik dan toch maar voor mezelf te houden. Bij thuiskomst ontdek ik dat ik niet verlost werd van alle hechtingsdraadjes dus kan ik één dag later nog eens langs bij mijn huisarts…

De volgende 5 weken is het afzien, zowel fysiek als mentaal. Ik vervloek mijn gevoeligheid en het is vechten om niet weg te glijden. De vermoeidheid weegt zo zwaar door dat ze me sterk doet terugdenken aan de vermoeidheid, die gepaard gaat met depressie. Ik zoek naarstig afleiding in lezen, schrijven, Netflix en het volgen van gratis webinars. Zoonlief neemt me af en toe mee naar buiten, maar nooit voor lang want ben veel te snel moe. Het is tijdens die korte uitjes dat ik vrouwen tegenkom die dezelfde ingreep ondergingen en het is in die verhalen van die dames dat ik herkenbaarheid vind. Dat is pas een opsteker, want ik had mezelf nog steeds niet vrijgepleit van aanstelleritis. Wanneer ik meermaals erkenning ondervind, laat ik die gedachte los. Zet me wel al schrap voor mijn laatste controle. Ik heb altijd zoveel vertrouwen gehad in mijn dokter, maar daar schiet ondertussen bitter weinig van over. Overweeg zelfs om op zoek te gaan naar een andere vrouwendokter, eentje die wel vertrouwd is met een basis aan gezonde communicatie. Ik voel me zeker nog niet ‘genezen’, maar wanneer ik plaats neem aan zijn bureau besluit ik meteen om die kennis voor mezelf te houden. Wanneer hij vraagt hoe het met me gaat, zeg ik hem wel dat ik niet doorsnee ben, noch van lichaam, noch van geest. Heb ik hem al tig keer gezegd en mijn lichaam heeft dat ook al tig keer bewezen. Van zodra hij de eerste controle aanvat zegt hij heel verrast: ‘Wel, wel, wel! Wat is dit?’ Schrik mij al te pletter! Blijkt dat mijn lichaam geen zin had om draadjes te verteren, dus die liggen los in de buikholte. Terwijl hij ze er zorgvuldig uitplukt maak ik gebruik van deze uitgelezen kans om mijn eerdere stelling kracht bij te zetten.
‘Zoals ik u al eerder zei dokter: niet doorsnee!’

En dan nu… op naar de menopauze?

Wanneer ik daarna op de tafel lig voor een echo, kan ik het niet laten om toch weer te jammeren over die buidel. Had de voorbije weken meer dan tijd genoeg om daaromtrent een heuse fixatie te kweken. Wanneer hij weer aanstalten maakt om te vragen of er wel een verschil is met… roep ik hem meteen een halt toe. ‘Nee dokter, zo zag ik er voordien niet uit! De buidel is nieuw!’ Hij checkt die nog eens extra op mijn vraag en verkondigt dan het blijde nieuws dat er weinig aan te doen valt, meer nog, dat enkel esthetische chirurgie me kan verlossen van de buidel. Wanneer hij terug naar zijn bureau wandelt en ik me naar het kleedhokje begeef, voegt hij daar nog doodleuk aan toe: ‘Je kan jezelf er wat naar kleden hé.’ 
Ik ben te verbouwereerd om nog te reageren. Als ik dat tegen enkele van mijn mensjes zeg, valt hun mond open van verbazing. Ze vinden het not done! Ondertussen ligt het hele gedoe achter mij en kan ik zeggen dat ik hersteld ben, ook al duurde het toch langer dan vooropgesteld. Tja, dat heb je als je niet doorsnee bent. Ik hoop van harte dat ik de komende tijd  gespaard blijf van ziekenhuistoestanden en allerhande doktoren. Het kreng van een baarmoeder heb ik nog geen minuut gemist en de bijhorende maandelijkse beslommeringen nog minder.    

En dan nu… op naar de menopauze?

Nawoord:
Bij het schrijven van deze reeks uit het DagBoek van een Single Mom vroeg ik mezelf meermaals af: Geef ik niet te veel af op dokters? Liggen mijn verwachtingen niet te hoog? Ligt het niet aan mijn overgevoeligheid dat ik alles net iets te veel uitvergroot? Schiet ik niet te fel door in mijn stokpaardje, zijnde communicatie? Door al die vragen die door mijn hoofd begonnen te spoken, telkens ik plaats nam achter mijn laptop, vergde het heel wat moeite om die laatste stukken echt afgewerkt te krijgen. De twijfel bleef me hoog zitten. Maar dan gebeurde er iets. Enkele dagen geleden volgde ik live, via Facebook, de boekvoorstelling van dokter Dirk Van Duppen en dat in een overvolle Roma. Zijn boek ‘Zo verliep de tijd die me toegemeten was’ is ondertussen al besteld. Met mijn ADD piek van de laatste tijd mag het een wonder heten dat ik twee uur met een (zo goed als…) volledige concentratie geboeid iets kan volgen. Maar het kostte me niet eens moeite. Ik luisterde aandachtig naar alle sprekers, waaronder ook patiënten van deze bijzondere man, de bezieler van ‘Geneeskunde voor het volk – groepspraktijk De Bres’. Het is tijdens die voorstelling dat ik hoor dat het wél anders kan en dat de dokters van De Bres wel echt luisteren naar hun patiënten. Wanneer iemand zich daar aanbiedt met een te hoge bloeddruk bijvoorbeeld, dan wordt niet meteen pen en boekje ter hand genomen om snel wat pilletjes voor te schrijven, hun consultatiegeld op te strijken en dan… hop naar de volgende patiënt. De patiënt wordt ook effectief gevraagd hoe het hen voor de rest vergaat en of er oorzaken kunnen getraceerd worden die geleid hebben tot die hoge bloeddruk. Voor mij viel alles toen op zijn plaats. Dat was de bevestiging die ik nodig had. Ik heb als patiënt absoluut het recht om de correcte aandacht op te eisen. Ik mag de verwachting voorop stellen dat ik gehoord wil worden.  

Blijf op de hoogte van deze blog.